N-VA vraagt betere en snellere vergoeding voor slachtoffers van geweld

Door Kristien Van Vaerenbergh op 21 augustus 2015, over deze onderwerpen: Justitie
N-VA vraagt betere en snellere vergoeding voor slachtoffers van geweld

Het Slachtofferfonds, dat slachtoffers van opzettelijke gewelddaden vergoedt wanneer de dader onbekend of onvermogend is, boekt al enkele jaren ruime overschotten. Toch krijgen slachtoffers of nabestaanden vaak niet de vergoeding die voldoet aan hun noden. Ook laat de uitkering van die vergoeding dikwijls lang op zich wachten. Daarom vraagt N-VA-Kamerlid Kristien Van Vaerenbergh een evaluatie van de bedragen en een vlottere afhandeling van de dossiers.

Het Slachtofferfonds haalt zijn inkomsten uit een bijdrage van 150 euro van iedere persoon die door de rechter veroordeeld wordt tot een geldboete boven de 25 euro. Sinds het fonds in het leven werd geroepen in 1985, heeft het al meer dan 155 miljoen euro uitgekeerd aan jaarlijks meer dan duizend slachtoffers. De schade die het Slachtofferfonds dekt, omvat onder meer de kosten van medische en psychische verzorging, vermindering van inkomsten en procedurekosten. Een slachtoffer heeft recht op een tussenkomst van maximum 62.000 euro.

Tot 2005 moest het Slachtofferfonds nog regelmatig uit de financiële reserves putten. Maar sinds de verhoging van de verplichte bijdrage is er nu opnieuw een gezonde financiële situatie, die toelaat om slachtoffers beter te helpen. De laatste jaren boekte het fonds zelfs een groot overschot, zodat het intussen flink wat reserves heeft aangelegd.

Kosten dekken

De bedragen die het Slachtofferfonds vandaag uitkeert, werden echter al een hele poos niet meer aangepast aan de stijgende levensduurte. Daardoor dekken ze helaas niet langer de kosten van het slachtoffer of zijn nabestaanden. Zo kent het fonds slechts tweeduizend euro toe voor de begrafenis van een slachtoffer van opzettelijk geweld: een veel te laag bedrag. “Het Slachtofferfonds ontvangt vandaag meer dan tweemaal zoveel als het uitkeert aan slachtoffers”, stelt Van Vaerenbergh vast. “Er zijn dus voldoende reserves om die bedragen te evalueren en op te trekken waar nodig”, vindt zij. Ook een stijging van het maximumbedrag moet bespreekbaar zijn.

Achterstand wegwerken

Hoewel er in 2014 ongeveer evenveel dossiers binnenkwamen als er werden afgehandeld, kampt het Slachtofferfonds met een enorme achterstand. Zo raakt slechts één op de tien ingediende dossiers binnen het jaar afgehandeld. “Dat wijst erop dat die afhandeling een stuk vlotter kan”, besluit Van Vaerenbergh. “Slachtoffers zouden daardoor ook minder lang op hun centen moeten wachten.”

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is