Er is bij justitie meer mogelijk met bestaande mensen en middelen

Door Kristien Van Vaerenbergh op 3 september 2015, over deze onderwerpen: Justitie, Magistratuur, Modernisering
Rechtbank Gent

Het nieuwe gerechtelijk jaar is gestart, maar er is geen nieuwe boodschap: ook dit keer vraagt de magistratuur meer middelen en meer mensen. Lang heeft de politiek hieraan toegegeven. Zo steeg het budget van justitie tussen 2003 en 2013 van minder dan 1,5 miljard euro naar meer dan 1,9 miljard euro.

Toch verdween de gerechtelijke achterstand niet en raakte het vertrouwen van de burger in justitie niet hersteld. Voor Jean-Louis Desmecht, voorzitter van het College van Hoven en Rechtbanken, is de situatie zo schrijnend dat hij smeekte om een positief signaal, hoe klein ook, dat men het tij psychologisch zou laten keren. (De Tijd, 1 september)

Die positieve signalen zijn er. Ze worden momenteel besproken in de Kamercommissie Justitie, waar de Kamerleden zich buigen over de eerste van een reeks ‘potpourri’-wetsontwerpen. Die moeten justitie de 21ste eeuw binnenloodsen. Niet meer geld staat hierin centraal, wel efficiëntere processen.

Het eerste potpourri-wetsontwerp bevat een aantal wetswijzigingen, waardoor met dezelfde middelen meer output wordt gecreëerd.

Informatisering

Neem het zwarte beest van justitie: de informatica. Na de vele plannen, blauwdrukken en mislukte pogingen komt er eindelijk een informaticatool die moet toelaten dat vonnissen, arresten of conclusies tussen de verschillende actoren van justitie elektronisch kunnen worden verzonden op een beveiligde en bron-authentieke manier.

Door deze elektronische overdracht zullen griffiers minder tijd besteden aan het maken van kopieën en het vullen van omslagen voor verzending. Tijdswinst dus voor het terrein en een fikse besparing voor de belastingbetaler: justitie zal in de toekomst niet langer 20 miljoen euro uitgeven aan postzegels. Ondanks eventuele kinderziektes en de gevraagde aanpassing van de actoren een grote vooruitgang voor justitie. Een eerste lichtpuntje in de duisternis.

Snellere rechtspraak

Een tweede belangrijke verandering om met dezelfde middelen meer te doen is de meer algemene toepassing van de alleenzetelende magistraat. Dit wil zeggen dat burgerlijke rechtszaken en strafzaken in beginsel toegewezen worden aan kamers met één rechter. Enkel bij welbepaalde uitzonderlijke gevallen zal de zaak worden toegewezen aan een collegiale kamer met drie rechters.

Ik hoop dat de magistratuur deze kans om vooruit te gaan niet laat liggen. Daar hebben ze niet enkel zelf baat bij, het komt ook de maatschappij, de rechtzoekende en de belastingbetaler ten goede.

Dit verhoogt natuurlijk de capaciteit van de rechtbanken, zonder dat er meer magistraten worden ingezet. Het laat ook toe dat magistraten zich kunnen specialiseren in een bepaald vakgebied. Het klopt natuurlijk wel dat drie magistraten meer weten dan één, maar vijf weten ook meer dan drie en twaalf dan weer meer dan vijf. We mogen echter niet twijfelen aan de competentie van onze magistraten die goed worden opgeleid.

Het principe van de alleenzetelende rechter leidt dus tot meer rechtspraak zonder bijkomende middelen. Dit bestrijdt de gerechtelijke achterstand, waardoor de rechtzoekende in de toekomst sneller zijn zaak zal behandeld zien. Dit helpt mee het vertrouwen in justitie te herstellen. Een positief signaal dat ook bij de bevolking het tij kan doen keren.

Bloempotfunctie

Het eerste potpourri-wetsontwerp herziet de rol van het openbaar ministerie in burgerlijke procedures. Deze tussenkomsten zullen worden beperkt. Het advies van het openbaar ministerie wordt niet meer verplicht, tenzij in de gevallen bepaald bij wet of wanneer de rechter het nodig acht.

Hiermee komt een einde aan wat het openbaar ministerie zelf haar bloempotfunctie noemt. Uit de praktijk blijkt dat het openbaar ministerie gedurende een lange periode aanwezig is op de zittingen, maar dat dit soms niet nodig is. Door deze bloempotfunctie af te schaffen, wint het openbaar ministerie dus tijd. Tijdens de hoorzittingen schatte het openbaar ministerie de tijdswinst op 30%. Er komen dus middelen vrij om de criminaliteit effectief te vervolgen. Ook hier zal dus meer mogelijk zijn zonder dat dit extra middelen of mensen vraagt. Nog zo’n lichtpuntje in de duisternis.

Het eerste potpourri-wetsontwerp bevat dus voldoende positieve signalen die ervoor zorgen dat met de bestaande mensen en middelen meer mogelijk is. Ik hoop dat de magistratuur deze kans om vooruit te gaan niet laat liggen. Daar hebben ze niet enkel zelf baat bij, het komt ook de maatschappij, de rechtzoekende en de belastingbetaler ten goede.

Bron: De Tijd

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is